Welcome to our site

Mizzevil

Haar naam was Mizzevil, maar dat mocht niemand weten. Haar dienaren, de meest afzichtelijke Orken denkbaar, hadden al vaak gespeculeerd over haar naam. Het kwam dan ook maar neer dat ze alternatieve manieren moesten verzinnen om haar aan te duiden. Dat leverde namen op als: de onbekende, je-weet-wel-wie, Miss Anoniem, zij-die-niet-genoemd-mag-worden, wat-zou-haar-naam-toch-zijn, madam onbekend, of soms gewoonweg bitch. Het was niet verstandig om ook maar één van die namen (met name die laatste) te noemen in haar bijzijn. Het kon wel eens heel erg slecht met je aflopen als je dat toch deed. De enige benaming die ze accepteerde was “De Naamloze”.
Haar gezicht was gehuld onder een zwarte kap, waaronder haar gezicht nauwelijks te herkennen was. Haar magentakleurige gloeiende ogen, waren wel goed zichtbaar, en die maakten alle Orken in haar dienst bang voor haar. En daar de Orken al meerdere malen hadden meegemaakt dat ze de dreiging van haar ogen waarmaakte, en ze geen enkele vorm van genade kende, was deze angst dus beslist niet ongegrond. Verder droeg ze een zwart gewaad, dat tot op de grond kwam. Qua vorm had het iets weg van het gewaad van een priester of bisschop, met die verschil dat het helemaal zwart was, er met donkermagenta er een doodshoofd op haar borst stond afgebeeld en de bijbehorende donkere band ook van doodshoofden op de uiteinden was voorzien.
Vanaf haar grote zwarte troon keek ze letterlijk en figuurlijk op de Orken neer. En die troon zag er nu ook niet echt gezellig uit. Niet alleen was het ding inktzwart, langs alle kanten waren er botten en schedels in gegraveerd. Om nog maar te zwijgen over de berg met echte botten die zo om de troon heen lag dat alleen het pad ervoor botvrij was. Bovenaan de troon was een grote drakenschedel bevestigd. Nu was dat ding nep, want geen sterveling op Phantasar zou het ook maar in zijn hoofd halen op jacht te gaan op een Draak, laat staan te proberen om een schedel ervan te bemachtigen, maar dat maakte de dreiging die het ding uitstraalde er niet minder op.
De Orken waren zelf niet moeders mooiste en van gemeen zijn wisten ze alles af. Iemand levend verslinden, daar deinsden ze niet voor terug. Hoe kon het dan toch komen, dat ze allemaal zo bang waren voor Mizzevil? Groot was ze beslist niet. Bij de meeste Orken stak haar hoofd nog niet eens boven hun heupen uit.
Een ding stond vast, op naam van “De Naamloze” waren al veel slachtoffers gevallen. Honger, ziekte en dood, daar streefde ze naar. Ook werd ze vaak in verband gebracht met mysterieuze verdwijningen. Personen van diverse rassen, die opeens verdwenen waren, die niemand ooit nog terug zag.
Mizzevil kon echter alleen maar genieten van de angst die haar verschijning leek op te roepen. En nog meer van de ellende die ze graag veroorzaakte. Ze keek dan ook verrukt op toen er een Ork voor haar troon verscheen. Vol verachting keek ze van haar hoge zwarte troon op hem neer.
“Zeg het eens?” zei ze kortaf.
“Niet veel nieuws te melden, mevrouw,” zei de Ork. “Tenminste, niets dat u nog niet weet. De straten van Rayal zijn wel allemaal zwaar bewaakt door het Elite Leger van de koning.”
“Dat verbaast me niets,” zei Mizzevil. “Er staat voor dat stelletje idioten iets te gebeuren waar een grote happening van wordt gemaakt. Ik zie het gewoon voor wat het is, en zielige boel van een ouwe snoeperd.”
“Hoe bedoelt u?”
“Ben je nu echt zo wereldvreemd? Je weet dondersgoed dat de koning geen kinderen heeft. Maar hij is oud en versleten, dus moet iemand de macht overnemen. En hij weet zijn opvolger wel uit te zoeken. Hij pakt het jongste meisje uit het elite leger en adopteert haar om het mogelijk te maken. Dat meisje is totaal uit het veld geslagen door die eer. De koning weet goed dat zo’n meisje zo’n eer niet zomaar aan zich voorbij laat gaan. Een oude truc. Mannen ze zijn allemaal hetzelfde. Je zoekt een meisje op dat net oud genoeg is om geen “kind” genoemd te mogen worden, je geeft haar iets buitengewoons, en je zegt het niet, maar stiekem hoop je dat ze uit dankbaarheid voor je met de benen wijd gaat. Mannen zijn zo doorzichtig.”
“Kom nou, mevrouw,” zei de Ork voorzichtig. “Denkt u niet dat prinses Aziëlla een beetje te jong is voor de koning?”
“Precies!” riep Mizzevil. “Kun je nagaan wat voor een viespeuk hij wel niet is.”
“Denkt u echt dat het hem daar om te doen zou zijn?”
“Denk eens even na? Wat voor kwaliteiten heeft die Aziëlla, of hoe ze ook mag heten, als staatsvrouw? Ze heeft babyface waardoor je haar al niet serieus kunt nemen, wat toch tegen je werkt als staatshoofd. Haar uitstraling is ronduit soft en het enige wat ze kan is een beetje mooi staan te wezen en de oren van je kop af kletsen. Geen geheim is veilig bij haar. Natuurlijk is dat voor ons goed nieuws. Een beter lek voor staatsgeheimen, kun je jezelf niet wensen, hehehe”.
Een koude rilling ging door het lichaam van de Ork bij het horen van dit lachje.
“En wilde u doen. Een aanslag plegen op de locatie waar de kroning van Aziëlla plaatsvindt?”
“Ben jij nu helemaal? Dat gaat me veel te veel Orken kosten. Het kan Deca’s1 zo niet jaren kosten voordat ik die allemaal vervangen heb. Bovendien kan het beter zijn als onze nieuwbakken koningin niets overkomt. Haar vervanger kan het alleen maar beter doen dan zij, en dat kunnen we nu net niet hebben.”
“Wat gaat u dan doen?”
“Denk nog maar even niet te veel na over de machtswisseling op Aeria. De aandacht zal uitgaan naar Aziëlla en even niet naar ons. Dat geeft ons wat meer tijd. Het is een totale illusie dat we ons doel in één dag kunnen bereiken. Ik denk liever op de langere termijn.”
Mizzevil stond op.
“Je kunt gaan. Ik weet voorlopig genoeg. Ingerukt!”
De Ork stond op. Er was hem nog niet veel duidelijk, maar hij durfde vooral niet door te vragen. Hij maakte een nette buiging en verliet snel het vertrek.
Terug








PRIVACY | TERMS OF USE

© Copyright JBC-Soft, Phantasar Productions, Jeroen Broks, 1996,2002,2007-2010, All rights reseved