Welcome to our site
Terug naar vorig hoofdstuk   Terug naar boekenoverzicht   Verder naar volgende hoofdstuk

HOOFDSTUK 1 – DE OUDE CRYPTE


Hevig onweer raasde over de vergeten wereld Phantasar. Storm wind, regen, hagel, donder en bliksem hingen boven de tempel van Weniaria. Het was een van die dagen waarop 't maar niet licht wilde worden, en je zou zweren dat 't nacht was. De tempel van Weniaria was daarom ook leeg. Wie zou zich in dit weer een weg naar de tempel wagen? De Elfen hadden immers een vrije religie waarin kerk en tempelbezoeken geen verplichte kost waren. Toch brandde er licht. Kaarslicht. In een klein achterkamertje van de tempel. In dit achterkamertje stond een zware houten tafel die volgeladen lag met boeken, boeken en vooral ook boeken. En naast boeken lag de hele kamer bezaaid met oude rollen, manuscripten en eigenlijk van alles waar maar iets op geschreven stond. Temidden van deze beestenbende zat een oude priester. Zijn naam was Hando Stillor. Met zijn 1043 jaar is hij de oudste levende Elf, en ook recordhouder van de oudste Elf aller tijden. In diepe overpeinzing bladerde hij de oude boeken door. Ieder boek dat hij kon vinden had hij on de stapel gelegd. Sommigen waren zelfs ouder dan hijzelf. Het gezicht van de oude priester stond zorgelijk. Eigenlijk meer wanhopig. Het moge duidelijk zijn dat hetgeen hij probeerde uit te vissen niet terug te vinden was in deze boeken.

Hij zuchtte nog eens.

Eigenlijk stond er in alle boeken gewoon hetzelfde en was er alleen maar sprake van een andere woordkeuze.

Hij somde nog eens alles op.

  • Er was oorlog tussen de vier rassen van het continent Delisto al zo lang als men zich kon heugen.

  • Niemand wist hoe de oorlog begonnen was.

  • Mensen en Feeën bevochten elkaar het hardst.

  • Elfen zijn in oorlog met zowel de mensen als de Feeën

  • Dwergen eten Feeën, maar niemand weet waarom.

Dat was al wat hij kon vinden, en dat was niets nieuws. Dat wist hij zelf al eeuwen.

Hoe kon het toch komen dat geen enkel boek iets nieuws te vertellen had? Iets wat hij nog niet wist. En daar sommige boeken al 2000 jaar oud waren, sommige zelfs nog ouder, vroeg hij zich af hoe lang moest die oorlog dan al aan de gang moest zijn.

Moedeloos legde Hando Stillor het zoveelste boek opzij om het volgende boek van de stapel te pakken. Dit boek was dikker dan het vorige. Hier moest toch wel iets instaan wat hij nog niet wist.

Hij opende het boek en begon te lezen. Maar ook dit boek leek weinig nieuws te bevatten.

Hando Stillor?”, klonk opeens een vrouwenstem door de tempel.

Hando Stillor schrok op uit zijn boek.

Er was iemand in de tempel. Met dit weer?

Vader Hando Stillor?”, klonk de stem wederom.

Hando Stillor stond op en liep langzaam naar de grote zaal van de tempel.

Hier ben ik, mijn kind”, zei hij, en hij kwam de zaal binnen.

Hij keek naar de vrouw die de tempel was binnengekomen. Het was een jonge vrouw, met lang bond haar. Ze zag er zeer aantrekkelijk uit ook al waren haar haren en kleren totaal doorweekt van het slechte weer.

Wat brengt een charmante jonge vrouw naar mijn nederige tempel?”, zei hij.

Zijn accent, wat zijn handelsmerk was, klonk best grappig, vond de vrouw. Vooral zijn rollende “r”-en kenmerkten zijn manier van spreken.

Mijn naam is Sasha Funda, vader”, zei de vrouw.

Hando Stillor keek verbaasd op bij het horen van die naam.

Hij had die naam eerder gehoord.

Wacht eens even, was dat niet de naam van de verloofde van keizer Gedrio Fulla?

De keizer heeft me gestuurd om u om raad te vragen”, zei Sasha Funda.

Dat was niets vreemds. Elfen zijn zeer egalitair. Ze hebben een keizer meer als coördinator om alles in rechte banen te leiden, dan dat hij echt als de grote baas van alles werd gezien. Dus zijn familie en ook levenspartners kunnen uitgestuurd worden voor missies zoals deze.

Mijn raad?”, antwoordde Hando Stillor. “Dat ik de oudste levende Elf ben, maakt van mij nog niet automatisch de wijste”.

Uw naam is gerespecteerd door het gehele Elfenras. Zelfs de keizer heeft respect voor u. Dat kan toch alleen maar komen door uw wijsheid”.

Hando Stillor zuchtte.

Je hebt een punt, jongedame”, zei hij droogjes.

Hij had er altijd zo'n hekel aan om zo door alle Elfen op handen gedragen te worden. Hij vond zichzelf helemaal niet zo wijs. Hij was gewoon een simpele priester voor Weniaria, de godin der genezing. Al wat hij deed was Elfen begeleiden in de gebedsdiensten en de krachten van Weniaria aanwenden om Elfen die gewond waren te genezen. Hij vond zichzelf helemaal niet zo wijs. Hij deed alleen maar datgene waarvan hij dacht dat 't goed was.

Maar waarvoor is mijn raad vereist?”, ging hij verder.

Het is de raciale oorlog”, zei Sasha Funda. “Het is al een tijd geleden dat de Elfen echt actief in de oorlog hebben meegevochten, maar de keizer is nogal bezorgd. Er is een groep Feeën is Elfengebied ingetrokken. Ze zijn een nederzetting aan het bouwen vlak bij het stadje Iskarderiu”.

Ik snap 't”, zei Hando Stillor. “Juffrouw Sasha Funda, ik hoop dat u begrijpt dat als een man van 't geloof, ik altijd moet adviseren om geweld zo veel als mogelijk is te vermijden. We weten trouwens niet eens wat die Feeën van plan zijn. Het is goed mogelijk dat ze niet weten dat de Elfenstad er zo dichtbij is en dat hun verhuizing naar hier slechts op toeval berust. Als we hen zomaar aanvallen, dan zijn wij de schuldigen voor het bloed dat zal vloeien, en niet zij”.

Maar wat moeten we dan doen”, bracht Sasha Funda in. “Moeten we op hen wachten tot zij ons aanvallen, als dat van plan zijn?”

Hando Stillor zuchtte eens.

Misschien is het zenden van extra krijgers om het dorp te verdedigen een goed idee. Zodat een aanval tijdig opgevangen kan worden. Misschien ook een paar observanten om erachter te komen wat de Feeën van plan zijn”.

Hando Stillor zuchtte nog eens.

Misschien is de tijd gekomen dat ik met mijn voorvaderen moet spreken”

Uw voorvaderen?”, vroeg Sasha Funda verbaasd. “Maar... Sorry dat ik het zeg, maar zijn ze niet dood? Hoe kunt U dan met hen praten”

Mijn familie heeft de zegen van de hoogste goden. Daardoor kan iedereen van mijn bloedlijn die de familieëed gezworen heeft een onsterfelijk leven krijgen na de dood. Ook mijn tijd zal komen om me bij hen te voegen, maar ik kan al met ze praten in de heilige crypte die zich onder deze tempel bevindt”

Moet ik u vergezellen?”, vroeg Sasha Funda.

Pardon?”

Crypten zijn doorgaans een nest van monsters. Ik mag er misschien niet zo uit zien, maar ik ben een ervaren krijger. Misschien moet ik met u meegaan om u te helpen tegen de monsters te vechten”.

Dankuwel voor het aanbod, juffrouw Sasha Funda. Maar de crypte is alleen toegestaan voor hoge priesters. Ik moet dit dus alleen doen. Als ik mijn tocht door de crypte overleef heb ik misschien de antwoorden die de keizer wil hebben”.

Dan geloof ik dat ik u maar veel succes toe moet wensen”

Hartelijk dank, juffrouw Sasha Funda”, zei Hando Stillor en hij liep naar een luik dat zich achter het altaar bevond.

Hij probeerde het open te trekken maar het zat nogal goed vast.

Opeens verschenen er nog een paar handen aan het luik.

Hando Stillor keek verschrikt op.

Ik mag misschien de crypte niet in, maar ik mag u toch wel helpen om het luik open te krijgen”, zei Sasha Funda glimlachend.

Hando Stillor knikte. Samen trokken ze het luik open.

Er kwam een zware muffe lucht uit. Het was duidelijk dat er al heel lang niemand meer in de crypte geweest was. Voorzichtig liet Hando Stillor zich door het luik zakken. De crypte was volledig donker. Je kon geen hand voor ogen zien.

Neem een fakkel”, klonk Sasha Funda's stem.

Hando Stillor keek op. Sasha Funda reikte hem een fakkel aan. Hando Stillor pakte hem aan.

Hij knikte goedkeurend naar Sasha Funda en liep de crypte in. Het zag er allemaal heel akelig uit. De muren leken niet bepaald stabiel en Hando Stillor hoopte vurig dat ze niet zouden instorten. De vloer lag bezaaid met skeletten en een heleboel andere rotte dingen waarvan niet meer zeggen viel wat het ooit geweest was.

Behoedzaam liep Hando Stillor verder en verder de crypte in. Opeens leek er iets tot leven te komen. Het was een lijk dat opstond. Phantasar is een wereld waar veel vreemde krachten in schuilgaan en dat daardoor een lijk tot leven kwam was dan ook niets vreemds. Hando Stillor pakte zijn gevechtsstok en probeerde zich te verdedigen tegen dit lijk. Maar 't haalde niet veel uit. Het lijk leek onkwetsbaar. Tenslotte kun je iets dat al dood is niet nog eens vermoorden. Het lijk bleef Hando Stillor aanvallen. Toen kreeg Hando Stillor een idee. Als hogepriester in de orde van Weniaria beschikte hij over de gave om haar krachten aan te roepen. Het waren de krachten van de genezing. En dat was wat dit lijk nodig had. Genezing van de vloek die hem belette te rusten.

Hando Stillor concentreerde zich.

Oh Weniaria”, riep hij tenslotte. “Verleen mij Uw krachten”

Weniaria verhoorde zijn gebeden. Hij voelde de goddelijke kracht van de godin door zijn lichaam gieren, en vervolgens liet hij deze los op het lopende lijk. De gevolgen bleven niet uit. Het lijk slaakte een kreet die door merg een been sneed. En het was goed te zien hoe de duistere kracht, die het lijk in leven hielden, vochten tegen het licht van Weniaria. Uiteindelijk wonnen de genezende gaven van Weniaria en viel het lijk in poeder op de grond uit elkaar.

Hando Stillor keek naar het zwarte poeder en boog zijn grijze hoofd eerbiedig.

Moge je in vrede rusten onder Weniaria's bescherming”, zei hij.

Langzaam liep hij steeds verder de crypte in.

Uiteindelijk zag hij een grote open plek in de crypte, waar een klein altaar stond met twee kandelaars ernaast. De kaarsen op de kandelaars brandden, en Hando Stillor vroeg zich af hoe dat mogelijk was op een plaats waar al meer dan duizend jaar geen sterveling meer was geweest. Vreemde krachten moesten hier aan het werk zijn, en Hando Stillor wist dat als zijn voorvaderen ergens opgeroepen konden worden, dat het hier was.

Hij knielde voor het kleine altaar en riep:

OH HANDO VUNDAR EN NAKOMELINGEN! VERSCHIJN TOT MIJ SPREEK TOT MIJ!”

Het bleef even stil en Hando Stillor vroeg zich af of zijn roep wel beantwoord zou worden.

Hando Vundar heeft je roep gehoord”, klonk een spookachtige stem door de crypte die flink door de gangen echode. “Hij heeft mij gezonden om met je te spreken. Mijn naam is Hando Yundar”.

Hando Yundar?”, zei Hando Stillor vragend. “Vader?”

Als dat mijn jongen, Hando Stillor niet is”, zei de stem opgetogen. “Je hebt nog steeds dat rare accent, hoor ik. Ach, je hebt geloof ik datgene van je moeder overgenomen wat ik zo leuk aan haar vond”

De stem ging verder.

Waarvoor heb je ons eigenlijk geroepen. Kun je niet tot de dood wachten om je bij ons te voegen?”

Ik ben bang dat als zelfs in mijn volgende leven ik niet kan doen wat ik moet doen als ik sterf”, zuchtte Hando Stillor. “Ik heb al zo vaak overwogen om naar hier te komen om de antwoorden op mijn vragen te vinden. En nu vraagt keizer Gedrio Fulla mijn raad over een groep Feeën die een dorp aan het bouwen zijn vlakbij een Elfendorp, maar ik weet niet wat ik moet adviseren. Zeker omdat ik de ware oorzaak van de raciale oorlog niet ken”.

Het spijt me, Hando Stillor”, antwoordde de stem. “Wij mogen onze kennis niet delen met stervelingen, zelfs niet als hen lot is om een van ons te worden na de dood. Maar ik kan je wel zeggen dat je het goede advies aan de boodschapper van Zijne Majesteit hebt gegeven. Voorzichtig zijn, en het dorp met extra krijgers verdedigen als dat nodig is. Maar ik zou me over die Feeën geen zorgen maken. Zij behoren tot een groep die de oorlog moe is en verdere gevechten wil vermijden, als je hun vertrouwen kunt winnen kunnen zij zeer machtige vrienden worden. Luister Hando Stillor, je bent bekend als de meest gerespecteerde Elf van Phantasar, en zelfs de keizer onderkent dit, en dat is alleen vanwege de wijsheid die jij bezit. Jij bezit de vaardigheid om van een vijand een vriend te maken, Gebruik deze vaardigheid, en je zult erachter komen hoe de oorlog is begonnen, en zelfs hoe je hem kunt beëindigen. Maar ik heb je al meer verteld dan ik je mocht vertellen. Ga nu, mijn zoon Hando Stillor, ik heb vertrouwen in je”.

Met die woorden stierf de stem weg.

Hando Stillor bleef verward achter.

De vaardigheid om van een vijand een vriend te maken”, zei hij tegen zichzelf. “Ik heb geloof ik een hoop werk te doen”.


Terug naar vorig hoofdstuk Terug naar boekenoverzicht Verder naar volgende hoofdstuk

PRIVACY | TERMS OF USE

© Copyright JBC-Soft, Phantasar Productions, Jeroen Broks, 1996,2002,2007-2010, All rights reseved