Welcome to our site

Star Story

Wendicka Lovejoy

Ruimtestation Excalibur, stardate: 2141-197 / 30 april 3001

In ιιn van de vele keukens die Excalibur rijk was stonden een paar kleine kooitjes opgesteld met daarin een (nog levende) kip. De kok stond luid zingend zijn messen te slijpen. Hij bekeek de kooitjes nog eens goed.

“Dag lieve kippetjes,” zei hij toen heel vrolijk. “Hoe is het met jullie? Zijn jullie de afgelopen dagen lekker vetgemest?”

De kippen antwoordden niet. Ze leken de kok zelfs geen blik waardig te gunnen.

“Weten jullie wat er zometeen met jullie gaat gebeuren? Nee, dat weten jullie niet, hθ? Zal ik jullie dat eens fijn vertellen?” zijn stem klonk overdreven vriendelijk en kinderlijk.

“Zometeen ga ik jullie lekker slachten. Ja. En dan pluk ik alle veren eruit, en haal ik jullie organen eruit. En dan ga ik jullie allemaal lekker grillen. Fijn hθ? En daarna leg ik jullie op een bord, met nog wat frietjes en lekkere groeten erbij. En dan dien ik jullie op.”

De kok sleep zijn messen verder nog.

“En weet je wat zo leuk is,” ging hij verder, “straks eet iemand jullie op. En dan maakt zijn maag kots van jullie. Ja! En daarna gaan jullie de darmen in, en dan worden jullie poep.”

De kok giechelde er wat bij. De kippen hadden nog altijd geen boodschap aan zijn jolige geraas.

“En dan worden jullie uitgescheten,” zei hij toen vrolijk, “en dan worden jullie lekker door de WC gespoeld!”

“En voor de rest gaat alles wel goed?” klok opeens een stem.

Verschrikt draaide de kok zich om.

“Wendicka?” riep hij toen. “Wil je me nooit meer zo laten schrikken?”

Wendicka grijnsde.

Ze was gekleed in een oranje spijkerbroek, daarboven droeg ze een zwart shirt waar een paar banen over liepen in diverse kleuren. Ze droeg een groen jasje. Ze had een rode band om haar hals en droeg een kettinkje met daaraan een dogtag. Ze droeg een donkere antieke autobril op haar voorhoofd. Vooral kenmerkend waren haar lange haren die ze geverfd had in alle kleuren van de regenboog. De kleuren kwamen mooi bij elkaar in een hele kleurige paardenstaart die van bovenop haar hoofd begon.

“Sorry, maar ik hoorde zulke rare teksten uit de keuken komen dat ik toch even moest kijken of alles nog wel goed met je was,” zei ze.

“Ik was gewoon in een melige bui, mag het,” protesteerde de kok.

“Oh van mij wel hoor,” zei Wendicka, “maar goed, als ik het goed begrijp schaft de pot vandaag kip.”

“Ja, verse gegrilde kip met verse groeten en frietjes is het menu van de dag vandaag. Geserveerd met een frisdrank naar keuze.”

Wendicka keek met een spijtig gezicht.

“Klinkt... interessant,” zei ze.

“Het is zo jammer dat jij niet kunt eten, Wendicka,” zei de kok.

“Ach, ik ben niet anders gewend, maar soms als ik Crystal zie eten dan vind ik het wel eens jammer dat ik niet kan eten. Vooral omdat ik zie dat eten soms datgene is wat mensen bij elkaar brengt.”

“Het is inderdaad iets wat het leven gezellig maakt. Lekker gezellig samen te eten. Als ze ooit nog eens kunnen achterhalen waarom jij niet kunt eten maar van elektriciteit moet leven en die reden kunnen wegnemen moet je beslist eens mij me langskomen en neem Crystal dan mee. Ik zou het heerlijk vinden om speciaal voor jou een heerlijke maaltijd te koken.”

Wendicka grijnsde.

“Daar houd ik je aan,” zei ze toen. “Maar goed, ik moet gaan. Ik zou nog graag een paar dingen regelen voordat Crystal thuiskomt.”

“Is goed hoor,” zei de kok. “Doe Crystal de groeten van me.”

“Doe ik,” glimlachte Wendicka en ze liep de keuken uit.

Fluitend liep ze door de gangen van het ruimtestation Excalibur. Ze had vandaag een goede bui, en Wendicka was dan ook vastbesloten om haar goede bui, door niets of niemand te laten verknallen. Snel liep ze door de gangen totdat ze bij haar eigen appartement aankwam. Meteen kwam Crystal aangelopen. Haar robotarm hing slap naast haar lichaam.

“Laat me raden,” zei Wendicka, “het is weer eens zover!”

“Sorry, Wendicka,” zei Crystal, “maar de baas liet me weer armpje drukken met mijn robotarm. Met alle gevolgen van dien.”

“Hoe vaak moet ik die baas van jou nog vertellen dat die arm daar niet op gemaakt is? Ik moet geloof ik de bouten maar eens in rekening brengen.”

“Ik denk niet dat dat veel zal helpen,” zei Crystal. “Iedere keer als ik iemand versla met armpje drukken levert hem dat heel veel geld op. De kosten van de bouten zijn een schijntje in vergelijking daarmee. Ik snap alleen niet hoe dat kan. Ik kan hard slaan met die arm en ik kan er moeiteloos betonnenblokken mee versjouwen, maar iedere keer als ik ga armpje drukken, breekt een van de belangrijkste bouten.”

“Dat komt omdat je met armpje drukken die arm op een andere manier onder druk zet,” zei Wendicka terwijl ze door middel van de irisscanner de deur opendeed. “Maar ik heb iets voor je. Hopelijk is daarmee het probleem opgelost!”

Crystal McLeen De meiden liepen snel naar binnen.

“Even mijn gereedschap pakken hoor,” zei Wendicka. Ze liep naar haar werkkast en pakte haar gereedschapskist eruit. Ze liep naar een tafel. Crystal legde haar arm hierop.

“Dacht ik het niet,” zei Wendicka. “Weer diezelfde bout.”

“Mensen kunnen toch nooit sterk genoeg zijn om dat ding te breken.”

“Dat komt door het hefboom effect,” zei Wendicka. “Als je een hefboom gebruikt heb je minder kracht nodig om iets te breken. Vooral omdat jouw tegenstanders niet helemaal volgens de regels proberen armpje te drukken gebruiken ze onbewust jouw arm als een hefboom.”

Wendicka verwijderde de restanten van de gebroken bout.

“Laten we eens kijken of ze deze bout kunnen breken,” zei ze triomfantelijk, terwijl ze de bout in de arm bevestigde, “en met deze moeren erbij moet het al helemaal een taaie klus worden.”

Crystal keek verwonderd op terwijl Wendicka verder aan haar arm sleutelde.

“Zo,” zei ze toen ze klaar was. “Als ze dit kunnen breken ga ik eens zoeken of ze er ook eentje van diamant hebben.”

”Wat voor bout heb je erin gedraaid?”

“Eentje van titanium,” grijnsde Wendicka.

“Titanium?” reageerde Crystal verschrikt. “Hoe kom je daar nu weer aan?”

“Gejat.”

“Gejat? Maar hoe...?”

“Hee,” zei Wendicka, “je vergeet dat ik monteur van Excalibur ben. Ik moet geregeld sleutelen aan de luchtsluizen. Omdat daar de drukverschillen nogal extreem zijn wordt daar wel vaker spul van titanium gebruikt. En omdat ik vandaag een luchtsluis moet repareren, was het heel simpel om er eentje in mijn zak mee te smokkelen voordat ik mijn ruimtepak aandeed.”

“Dan hoop ik maar dat de hoofdmonteur er niet achter komt,” zei Crystal.

“Brόckmann? Die halve gare komt daar niet achter. Zeker niet daar hij zelf al behoorlijk wat schroeven en bouten in de ruimte verloren is. Ik vraag me af hoe hoog de rekening is van alles wat hij al heeft zoekgemaakt!”

Plotseling klonk er een alarm.

Alarmfase rood.

“Wat gebeurt er,” riep Wendicka. “We moeten onmiddellijk naar de commandant.”

“Dat moeten we niet,” zei Crystal beslist. “Ben je vergeten dat we geen kadetten van M.E.T.E.O.R meer zijn?”

“Nee, dat zijn we inderdaad niet meer,” zei Wendicka. “Maar wat moeten we dan?”

“In ons appartement blijven en wachten tot we bericht over de intercom krijgen, net als iedere andere burger,” zei Crystal kalm.

“Hoe kun jij zo kalm blijven in een situatie als deze?”

“Je bereikt niets door in paniek te raken,” zei Crystal.

Er verstreken enkele minuten en Wendicka liep door de kamer te ijsberen terwijl Crystal op haar gemakt haar gerepareerde arm uittestte.

“Ik word hier zo nerveus van,” zei Wendicka. “Ze geven rood alarm, maar laten verder niets van zich horen.”

“Ja, en ik word nerveus van jou,” zei Crystal. “Hou toch op met dat geijsbeer.”

Toen klonk er een dreun tegen de deur. Wendicka en Crystal sprongen meteen op. Wendicka pakte de grootste moersleutel uit haar gereedschapsset om zich te kunnen wapenen tegen wat er ook achter de deur stond. Crystal stond klaar in een vechthouding om zich te kunnen verdedigen als dat nodig mocht zijn. Het gebonk aan de deur ging verder. Totdat de deur het begaf.

Een boom van een kerel kwam het appartement binnen lopen.

“Wie ben jij?” riep Wendicka. “Ik waarschuw je, als je niet onmiddellijk ophoepelt werk ik je bij met mijn moersleutel. Jij pleegt huisvredebreuk.”

De kerel leek niet onder de indruk van deze bedreiging. Hij draaide zijn hoofd naar Wendicka. Zijn ogen gingen heel Wendickas lichaam af. Als hij haar cel voor cel analyseerde. Tenslotte sprak hij:

“Analyse compleet. Specimen geοdentificeerd als Wendicka Lovejoy, geboren op aarde 19 juni 2975. Voorheen leerling van M.E.T.E.O.R nu monteur voor M.E.T.E.O.R voor technisch onderhoud aan ruimtestation Excalibur.”

Alles wat hij zei was op ιιn toon. Geen greintje emotie was te bespeuren in zijn stem.

“Goed, als je zo goed weet wie ik ben, wie ben jij dan?”

“Vraag verwerkt als identificatievraag. Ik ben Experimental Human Replica Unit. Codenaam ExHuRU!”

“Oh great,” zei Wendicka sarcastisch. “Een android. Net wat we nodig hadden. U bent zeker gekomen om ons te kidnappen!”

“Negatief,” zei ExHuRU. “Ik ben geprogrammeerd door admiraal John Lovejoy om u veilig uit Excalibur te verwijderen en u verder te beschermen.”

“Dat is nu weer typisch mijn vader. Hij gelooft altijd in Onze-Lieve-Heer, maar hij durft mijn lot nog niet eens in Zijn handen te leggen, laat staan in mijn eigen handen.”

ExHuRU dacht na.

“Niet in staat te verwerken,” zei hij toen.

“Dat geeft niet hoor,” zei Crystal. “Ik moest er ook even over nadenken.”

ExHuRU keek onmiddellijk in Crystals richting.

“Een cyborg?” zei hij toen. Nog voordat iemand het kon beletten had ExHuRU haar bij haar hals gepakt en trok hij haar naar zich toe.

“Hee, blijf met je poten van Crystal af!” riep Wendicka, en ze sloeg als een bezetene met haar moersleutel op ExHuRU, maar de android leek totaal niet onder de indruk.

Uiteindelijk zette hij Crystal weer neer. Crystal had even moeite om op adem te komen.

“Specimen geοdentificeerd als Crystal McLeen, geboren 26 oktober 2977 op aarde, omgevormd tot cyborg op 20 april 2999. Geen bedreiging. Ik zou u beiden verzoeken met mij mee te komen!”

“Meekomen?” riep Wendicka. “Met zo'n botterik als jij? Ik val nog liever dood!”

“Mijn programmering staat niet toe dat u doodvalt, juffrouw Lovejoy!”

“Ach pleur toch op. Ik beveel je hierbij mij niet meer lastig te vallen. Ik kan mezelf wel beschermen!”

“Negatief,” zei ExHuRU. “U bent niet geautoriseerd om mijn programma te overschrijven!”

“Ja, natuurlijk! Dat is weer een stunt van pa om mij dat recht te ontzeggen,” zuchtte Wendicka verontwaardigd. “Vertrouwt hij me dan ook met niks? Nou je gaat maar heen waar je heen wilt maar ik ga niet meeEEEEEEH!”

Nog voordat Wendicka besefte wat er precies gebeurde had ExHuRU haar opgepakt en droeg hij haar en Crystal onder zijn armen mee het appartement uit.

“HEE! ZET ME NEER!” schreeuwde Wendicka, maar ExHuRU luisterde niet. Onverstoorbaar liep hij met de twee meiden onder zijn armen geklemd door de gangen van Excalibur.

“Wat is hier gebeurd?” zei Crystal opeens.

Hele gangen waren vernield. Om sommige plekken was zelfs brand.

Wendicka gaf nu ook haar protest op en zag de aangerichte ravage. Er was verder buiten een stel lijken niemand te zien.

“Wie heeft dit gedaan,” stamelde ze.

“Excalibur is binnengevallen door cyborgs van onbekende oorsprong,” antwoordde ExHuRU.

“Onbekende oorsprong,” zei Crystal verbaasd. “Misschien van dezelfde maker als ik?”

“Die gegevens staan niet in mijn database,” zei ExHuRU. “Ze proberen alleen iedereen in dit ruimtestation te doden of gevangen te nemen. Alle transporterschilden zijn off-line en op dit moment worden alle dekken van Excalibur doorzocht.”

“Doorzocht?” vroeg Wendicka. “Op wat?”

“Die gegevens staat niet in mijn database,” zei ExHuRU.

Na een paar flinke passen trapte hij op een geheime knop waardoor een geheime gang openging. Hier ging hij door naar binnen en daar stond een vluchtschip. Snel liep hij dit schip in. Nadat de deuren gesloten waren zette hij beide dames voorzichtig op de grond.

“Goed, en waar gaan we met dit ontsnappingstuig naartoe?”

“Ver weg,” zei ExHuRU. “Exacte parameters niet opgegeven. We moeten alleen buiten een straal van 1000 lichtjaar van Excalibur zien te komen.”

Wendicka rende naar de cockpit en startte het schip op.

“Laat dan het vliegen alsjeblieft aan mij over, wil je”

Ze startte de motoren.

“Goed ik heb een koers ingesteld ergens ver van hier. Daar gaan we wel scannen op een bewoonde planeet waar we kunnen onderduiken!”

De deuren van het ruimtestation opende zich, en Wendicka vloog naar buiten om meteen warpmotor te activeren. En zo vlogen de twee meiden en een android een onbekende bestemming tegemoet.


Ga terug naar de vorige pagina

PRIVACY | TERMS OF USE

© Copyright JBC-Soft, Phantasar Productions, Jeroen Broks, 1996,2002,2007-2010, All rights reseved